Graad 1 Niet wegdrukbare roodheid van de intacte huid. De indicatoren zijn: verkleuring van de huid, warmte en oedeem. Verharding of hardheid kunnen ook als indicatoren worden gebruikt, vooral bij personen met een donkere huid. |  Graad 1
|
| |
Graad 2 Oppervlakkig huiddefect van de opperhuid (epidermis), al dan niet met aantasting van de huidlaag daaronder (lederhuid of dermis). Het ulcus heeft klinisch het uiterlijk van een schaafwond of blaar.
|  Graad 2 (intacte blaar)
|
| |
Graad 3 Huiddefect met schade of necrose van huid en onderhuids weefsel (subcutis). De schade kan zich uitbreiden tot aan het onderliggende bindweefselvlies (fascie).
|  Graad 3
|
| |
Graad 4 Uitgebreide weefselschade of weefselversterf (necrose) aan spieren, botweefsel of ondersteunende weefsels, met of zonder schade aan opperhuid (epidermis) en lederhuid (dermis).
|  Graad 4 |
Referenties:
European Pressure Ulcer Advisory Panel (
EPUAP) and National Pressure Ulcer Advisory Board (
NPUAP) in the United States comprise Grade 1 - 4. (EPUAP 1999)