|
De maag Wanneer u eet of drinkt gaat het voedsel naar de maag via een lange, smalle buis, die de slokdarm of oesofagus wordt genoemd. Hier wordt het voedsel in kleinere stukken gemalen en door de spijsverteringssappen in vloeibare vorm omgezet.
| | 1. Nieren 2. Dikke darm (colon ascendens) 3. Dunne darm (ileum) 4. Blinde darm (appendix) 5. Rectum 6. Maag 7. Dikke darm (colon transversum) 8. Urineleiders 9. Dikke darm (colon descendens) 10. Dikke darm (sigmoïd) 11. Blaas 12. Plasbuis |
De dunne darm De reis gaat verder wanneer de inhoud van de maag in de dunne darm (ileum) komt. Het lichaam absorbeert de voedingsstoffen die het nodig heeft voor energie, groei en het bouwen van nieuwe cellen welke vervolgens terecht komen in de bloedsomloop. De dikke darm Wanneer alle voedingsstoffen zijn opgenomen, gaan de restanten naar de dikke darm (colon), waar het lichaam meer vloeistof absorbeert om de afvalstoffen vaster te maken. De afvalstoffen worden door de spieren in de colonwand verder in het rectum geduwd en worden uiteindelijk langs de anus uit het lichaam gedreven in de vorm van ontlasting. De stoma Wanneer een colostoma of ileostoma wordt aangelegd op uw buik, verandert de gebruikelijke manier waarop u uw ontlasting loost. De ontlasting wordt uitgescheiden door de stoma in plaats van door de anus. Het grote verschil hierbij is dat de uitscheiding van ontlasting niet langer wordt gecontroleerd door een speciale sluitspier in de anus. Ook kunt u bij een stoma uw ontlasting niet langer ophouden en heeft u er geen controle over. Dit geldt ook voor het laten van een wind (flatus).
Hoe wordt een colostoma aangelegd?
|